Harlingen, liedtekst "Toe nou moeke, oliekoeken"


- Gegevens uit bronnen worden zorgvuldig overgenomen, maar lees- en typfouten zijn onvermijdelijk.
- Gegevens die niet in de bron staan maar door mij zijn aangevuld op basis van andere bronnen of andere gegevens uit dezelfde bron, zijn voorzien van een *.
- Gegevens die door mij aangepast of geïnterpreteerd zijn, zijn zoveel mogelijk voorzien van een verduidelijkende toelichting tussen [ ].
- Bij het overnemen van eigennamen is de originele spelling gehandhaafd. Soms is echter te voorzien dat een kennelijke schrijf- of spelfout in de bron een probleem zal geven bij het zoeken naar een eigennaam of bij het maken van een alfabetische index. In zo'n geval is de juiste of meest voorkomende spelling van een eigennaam aangehouden, met toevoeging van een toelichting tussen [ ].
- Bij het overnemen van plaatsnamen, straatnamen en beroepen die in alfabetische indexen terecht komen is voor zover mogelijk de moderne spelling aangehouden, om het zoeken te vereenvoudigen. Mogelijk staat in een bron bijvoorbeeld Doccum, terwijl op deze website Dokkum staat. Zo wordt een glaesemaecker een glasmaker of glazenmaker. Die spelling is voor het doel van deze website (het ontsluiten van bronnen, niet het transcriberen van bronnen) niet belangrijk.


Tekst en muziek: Dico van der Meer

D'r was een fleurig meiske, en Ketriene was hur naam
Die kuierde met Moeke langs de oliekoekekraam
Ut kien stond stil, maar Moeke sei: "Wat bi'stou van plan"
"Ik mut es even kieke, want dat spul gniest mie se an"

Refrein:

Toe nou Moeke, oliekoeken
Koste maar een stuver 't stuk
Bist niet wies je, bist niet wies je
Want de centen groeie mie niet oppe rug
En dien jonkje het een ponkje
Inne buse van sien broek
Bin jou rij met vrijen en met tuten
Dan krij jou vast een oliekoek

Ketriene vroeg hur Sietse en die sei op slag: "Oke"
We kope oliekoeken en daar gaan we met naar see
Se keken oppe Ringmuur naar Brandaris en naar maan
De sak met loiekoeken bleef doodnuchter naast hun staan

Refrein

Maar na een uur of drie, sei plots Ketriene "'k bin se hol"
En Sietse greep in 't puutsje naar een vette oliebol
Van bollen was gien sprake meer, se hadden d'r op leit
Nou leken 't krek keeskes van een skaap of van een geit

Refrein