Harlingen, grafschriften


- Gegevens uit bronnen worden zorgvuldig overgenomen, maar lees- en typfouten zijn onvermijdelijk.
- Gegevens die niet in de bron staan maar door mij zijn aangevuld op basis van andere bronnen of andere gegevens uit dezelfde bron, zijn voorzien van een *.
- Gegevens die door mij aangepast of geïnterpreteerd zijn, zijn zoveel mogelijk voorzien van een verduidelijkende toelichting tussen [ ].
- Bij het overnemen van eigennamen is de originele spelling gehandhaafd. Soms is echter te voorzien dat een kennelijke schrijf- of spelfout in de bron een probleem zal geven bij het zoeken naar een eigennaam of bij het maken van een alfabetische index. In zo'n geval is de juiste of meest voorkomende spelling van een eigennaam aangehouden, met toevoeging van een toelichting tussen [ ].
- Bij het overnemen van plaatsnamen, straatnamen en beroepen die in alfabetische indexen terecht komen is voor zover mogelijk de moderne spelling aangehouden, om het zoeken te vereenvoudigen. Mogelijk staat in een bron bijvoorbeeld Doccum, terwijl op deze website Dokkum staat. Zo wordt een glaesemaecker een glasmaker of glazenmaker. Die spelling is voor het doel van deze website (het ontsluiten van bronnen, niet het transcriberen van bronnen) niet belangrijk.


Grafschriften

(Gemeentearchief Harlingen Inv.nr. 3212)

Grafsteden in de Groote en Kleine Kerken en op Kerkhoven te Harlingen, opgegenomen toen het Nieuwe Kerkhof buiten de stad is aangelegd
door
F.D. Fontein
1834

De naspeuringen omtrent hetgeen er nog in de kerken van de stad Harlingen met betrekking tot opschriften en op de grafsteden en verdere merkwaardige oudheden in die kerken voorhanden is, heeft geenszins aan mijne verwachtingen beantwoord, 't geen inderdaad groote teleurstelling geeft, alzoo wij ter plaatse waar eenmaal de overoude Dom van Almenum stond ons gevleid hadden eenige sporen daarvan te treffen, waardoor wij eenige ophelderingen zouden kunnen erlangen omtrent de echtheid der overleveringen die met zoo veel ophef in de oudste Kronijken zonder grondig onderzoek zijn opgedischt.
Er bestaan nochtans eenige weinige over oude grafzerken van bethemmer steen, die door volgende geslachten zijn glad gekapt om er nieuwe grafschriften op te plaatsen. Veele dier opschriften zijn door den tijd reeds uitgewischt en het vandalismus van 1796 heeft alle insignia waardoor men nog eenige spoor der Familien konde erlangen, zorgvuldig vernietigd.
Wat de overblijfsels der 8e en 9e eeuw, waarin men meld dat Gosse Vorteman aan de kerk van Almenum heeft gesticht, aangaat, daarvan is hoegenaamd geen spoor over. Het was ook slechts een gebouw van hout en met ried gedekt. Wanneer dit klein gebouw (want dat wij ons niet voorstellen, dat hetzelve meer dan eene kleine kapel geweest is, aan St. Michael toegeweid), door een steenen gebouw vervangen is, is geheel onzeker. Volgens overlevering bestaat er nochtans een afbeelding van deze kerk te vinden in een gemetselde steen van een huis in de Hofstraat, en zoo dezelve getrouw gevolgd is, dan zoude men na de bouworde te oordelen die stichting tot de 14e of 15e eeuw moeten terug brengen. Het was eene gewone Dorpskerk, die echter zich ten oosten wel 30 á 40 voeten verder uitstrekte, dan de tegenwoordige Kruiskerk, en onder de naam van groote of Nieuwe Kerk thans bekend is.
Deze kerk is in 1772 gesticht. Twee marmeren steenen aan de noorder deur sedert 1796 weggenomen en schoon voorhanden, niet weder geplaatst tot verlevendigden daarvan het geheugen.
Op den eersten, die ten oosten van den ingang gesteld was, ziet men het wapen van Zijne Doorl. Hoogheid Willem V, en op den anderen die daar tegenover ten westen van dien ingang, gevonden word leest men:

De eerste predicatie in deze Kerk werd gedaan op Nieuwejaarsdag van 1775 door wijlen Ds. Vrederikus Piekenbroek die tot tekst koos: Joh. X vs. 22 "Ende het was Winter".
De plaats waar het choor der oude kerk stond, is thans kerkhof, van daar dat de zomige grafkelders buiten de kerk gemaakt zijn bij de laatste bouwing onmiddellijk ten oosten van de kosterij deur vond men voor weinige jaren nog een zeer fraaije grafzerk van buitengewone grootte, die door het leggen van een steenen voetpad is weggemaakt.
Zij vertoonde een gewapend Ridder levensgroote verbeeldende Georg van Espelbach, Ridder, Gouverneur van Harlingen en van 's Keizerswege Grietman van Barradeel en daar onder het navolgende Grafschrift:
Hoc Lumuts situs est
Nobilis ac Strenuus Dominus
D Georgius ab Espelbach
Eques Auratus
qui post navatam fidelem operam, sub invictissimo Imp:
Carlo V, ac potentissimo Hispania Rege Philippo II
ips filio, vavus bellis in Germania Hungaria Galliaque
gestis tandem satiapae Harlinganus et Grietmannus
in Barradeel feliciter obiit, anno DMDLXXV 29
Martie aetatis suae anno LXIII explets.


Volgt een opsomming van grafschriften van allerlei grafstenen zowel buiten als binnen de kerk.


[...]
Opmerkelijk is het dat Jan Nollides in 1790 overleden, bekend onder den bijnaam van Hampan een der bekrompsten en minst begaafden van zijn tijd, die een taal op zichzelve sprak en niets verstond dan de lange jagt en 't schakelvischen, rust na den hoog begaafden zeer geleerden ja uitmuntenden Simon Stijl, die hier onder een zeer eenvoudige grafsteen sluimert in stede van een eerzuil die hij inderdaad verdiend heeft. Had de zedige man zijn grafschrift gesteld, hetzelve zoude voorzeker zonder taalkundige fouten zijn.
[...]
Volgens stellige verzekering ligt in deze kerk begraven Tjerk Hiddes de Vries Lt. Admiraal van Vriesland geb. 1622 te Sexbierum gesneuveld in de 4 daagse Zeeslag tegen de Engelschen in 1666. Volgens zijn levensberigt in de levensberigten van eenige voorname meest Nederlandsche mannen en vrouwen 10 Deel Amst. 1776, werd zijn lijk plegtig te Harlingen in de groote Kerk op het koor ter aarde besteld hebbende H.E.M. de Gedeputeerde Staten van Vriesland deze lijkstatie met hunne tegenwoordigheid vereerd (3 Deel f. 13). Door de verbouwing der kerk is dit graf onder de Predikstoel geraakt en onzigtbaar gworden. - Zijn zoon de kapitein Hidde de Vries is mede op het koor begraven in 1689 (obiit 2 junij 1689).

Volgt een verdere opsomming van grafschriften van allerlei grafstenen binnen de kerk.