Harlingen, inventarisatieboeken door de WAO

Sinds september 2016 zijn leden van de Werkgroep Archiefonderzoek, een werkgroep van de Vereniging Oud Harlingen, bezig met het overnemen van de belangrijkste gegevens uit de 33 Inventarisatieboeken van Harlingen. In deze boeken staan verslagen van inventarisaties van sterfhuizen, zoals die plaatsvonden van 1589 tot 1727. Het project RedBot stelde hiervoor welwillend de foto's van deze inventarisatieboeken beschikbaar, het Hannemahuis een werkruimte en het Stadsarchief inhoudelijke ondersteuning. We zijn ze dankbaar.

De inventarissen die aan een bepaald adres zijn toegeschreven zijn ook zichtbaar via 'Huizen -> Zoek je huis'. In onderstaande lijsten is dat adres ook zichtbaar. Een groen adres geeft aan dat het adres vrij zeker juist is. Bij niet groene adressen is dat minder zeker, maar het is hopelijk toch minstens in de buurt. Zoals altijd zijn de kolommen te sorteren door op de kolomkop te klikken, boven de tabel kan snel naar de juiste letters of de juiste pagina worden gesprongen, en door op een adres te klikken verschijnt de pagina met alle bekende gegevens van dat adres.

N.B. Alleen als de lijst is gesorteerd op datum, is de extra kolom 'relatie' te zien, omdat die alleen dan de relatie met de volgende persoon in de lijst kan weergeven.

Gegevens uit bronnen worden zorgvuldig overgenomen, maar lees- en typfouten zijn onvermijdelijk. Gegevens die niet in de bron staan maar door mij zijn aangevuld op basis van andere bronnen of andere gegevens uit dezelfde bron, zijn voorzien van een *. Gegevens die door mij aangepast of geïnterpreteerd zijn, zijn zoveel mogelijk voorzien van een verduidelijkende toelichting tussen [blokhaken]. Bij het overnemen van eigennamen is de originele spelling gehandhaafd. Soms is echter te voorzien dat een kennelijke schrijf- of spelfout in de bron een probleem zal geven bij het zoeken naar een eigennaam of bij het maken van een alfabetische index. In zo'n geval is de juiste of meest voorkomende spelling van een eigennaam aangehouden, met toevoeging van een toelichting tussen [ ]. Bij het overnemen van plaatsnamen, straatnamen en beroepen die in alfabetische indexen terecht komen is voor zover mogelijk de moderne spelling aangehouden, om het zoeken te vereenvoudigen. Mogelijk staat in een bron bijvoorbeeld Doccum, terwijl op deze website Dokkum staat. Zo wordt een glaesemaecker een glasmaker. Die spelling is voor het doel van deze website (het ontsluiten van bronnen, niet het transcriberen van bronnen) niet belangrijk.



Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 2021-11-01 18:02:05



Vindplaats:  Tresoar, Nedergerecht Harlingen (13-16) inventarisnummer 211 folio 334r

Pand:  Brouwersstraat 13

Inleiding:  [0334r] Inventarisatie ende beschrijvinge sampt warderinge gedaen ten sterffhuise van wijlen Petronella Valerii in lewen echte huisvrou van ds. Theodorus Paludanus deinaer [= dienaar] des Godtlijcken woord binnen onse stadt Harlingen, ten overstaen van de praesiderende burgemeester Lourens Jacobs Asperen in desen commissaris, geadsocieert met dr. Dominico Wringer secretaris, ten versoecke van ds. Gerco Joannis geauthoriseerde curator ad actum divisionis over Joannes ten Post naegelaten voorsoon van de owerledene bij de selwe en des selffs wijlen man Tarquinius ten Post in echte verweckt in die qualiteit requirant, ende ds. Theodorus Paludanus naegelaten echte man van de owerledene in desen requireerde, die ingevolge dies de behoorlijcke belofte heeft gedaen van getrouwe aengewinge in handen van welgedachte praesiderende burgemeester, waer door tot de praesiderende [sic!] beschrijvinge ende resp. warderinge is geprocedeert, door onses stadts geedigde wardeersters His Romckes ende Dieucke Claeses in manieren als volght. Actum dese 22e November 1672.

Inventaris: 
[0334v] Bedden ende bedtscleren: 
een bed met een peul f 18-00-00 
een bed met een peul f 15-00-00 
een bed met een peul f 8-00-00 
twee oorcussens f 3-00-00 
twee dito f 4-00-00 
twee dito f 4-00-00 
twee dito f 2-00-00 
twee deeckes f 5-10-00 
een gevoerde deecken f 3-00-00 
een witte spaensche deecken f 4-00-00 
een dito f 4-00-00 
een groen gevoerde deecken f 3-10-00 
twee gardijnen met 't rabath ende roede een bedtquast f 4-00-00 
twee gardijnen met 't rabath ende roede f 4-00-00 
een groen en wit schoorsteenkleedt met de aen zij hangende doecken f 0-15-00 
---------- 
f 82-15-00 
 
[00335r] Twee blauwe laeckens stoelkussens f 4-00-00 
twee dito f 3-00-00 
twee stoelkussens f 1-08-00 
een schoorsteens kleedt f 0-10-00 
twee stoelkussens f 1-05-00 
twee wijtlingen f 2-10-00 
twee bedlaeckens f 3-00-00 
twee dito f 2-05-00 
twee dito f 3-00-00 
twee dito f 3-00-00 
twee dito f 3-00-00 
twee dito f 6-00-00 
een laecken en een wijtlingh f 2-05-00 
twee peuldoecken f 2-10-00 
vier slopen f 2-05-00 
vier dito f 1-15-00 
vier dito f 1-11-00 
drie dito f 1-08-00 
een peulsack f 1-05-00 
---------- 
f 45-17-00 
 
[00335v] twee tafellaeckens f 2-15-00 
twee dito f 3-05-00 
drie servetten f 0-15-00 
een tafellaecken met een servet f 1-11-00 
vier bonte en twee witte handtdoecken f 1-05-00 
eenige handtdoecken f 0-15-00 
eenige bonte kleden f 1-08-00 
een bont kletje [= kleedje] ende gele strijcklap f 1-00-00 
een blauw ende bont schoorsteens kleedt f 0-10-00 
een bonte tafel f 3-10-00 
een tafeltie en eenige stoelen f 4-10-00 
een stelcas f 3-10-00 
vier tobben met de wasschamels f 4-10-00 
een slaepbanck, kappen, standt tafel en matten f 3-05-00 
een salaedtsemmer, een merck emmer, lanteern en corfke f 1-11-00 
---------- 
f 34-00-00 
 
[00336r] leuywagens, stoffers, wrijvers ende emmers etc. f 4-00-00 
een vloerveger, stoffer ende een lange stoffer f 2-00-00 
een raeger ende kleerbesem f 0-15-00 
eenige cleercorwen, kapbordt ende lapvat en mangelborden, met mangelstocken f 4-10-00 
eenige kleerstocken f 3-15-00 
een turffkorff f 0-08-00 
turff f 12-00-00 
eenigh brandthout f 6-00-00 
drie stoelen f 1-08-00 
een spiegel, kamkoker, ende soutvat f 1-15-00 
eenich ijser ende blick werck, en een puister [=blaasbalg] f 4-10-00 
twee ijseren potten, een koperen panne en eenich ander ijserwerck f 5-15-00 
5 grootte en vijff kleine schaelen f 1-04-00 
een vuirbecken f 1-15-00 
een messchen pottje f 1-05-00 
een gootlingh met 't lidt f 2-15-00 
---------- 
f 53-15-00 
 
[00336v] een back aker f 1-11-00 
een vijsel f 2-10-00 
een standt candelaer f 1-00-00 
een fles met een olijkantie f 2-10-00 
een kruid doos en suyckerpot f 0-17-00 
een kandelaer en snuyter f 1-00-00 
een dosijn tinnen tafelborden f 6-00-00 
twee tinnen waterpotten f 2-10-00 
een tinnen zacierke potje ende trachterke f 1-00-00 
twee tinnen schuttelties f 5-00-00 
twee tinnen schuttels f 4-00-00 
een tinnen schuttel f 1-15-00 
een tinnen kanne f 1-05-00 
een tinnen kom, sacierke ende ses lepels f 1-11-00 
een tromp ende keerslaedt f 0-15-00 
eenich schuttelgoedt f 4-00-00 
een assketel f 2-15-00 
---------- 
f 39-19-00 
 
[00337r] een fleys vat, stoven, vaties, flessen ende glaesen f 6-08-00 
vijff kranen f 1-00-00 
Een doos met orten [= erwten] f 1-05-00 
310 ponden winter vleys, daer aff 15 ponden gekoockt f 29-10-00 
eenich timmer gereedtschap f 2-00-00 
een strijckijser f 1-05-00 
een glasen lanteern f 2-00-00 
een State Bijbel f 12-00-00 
45 ponden kees [= kaas] f 3-13-00 
20 ponden groene kees f 0-17-08 
---------- 
f 59-18-08 
f 39-19-00 
f 53-15-00 
f 34-00-00 
f 45-17-00 
f 82-15-00 
---------- 
Somma f 316-04-08 
 
[00337v] Goederen bij boelgoedt vercocht sullende werden: 
In de keucken: 
een kanbordtie, daer aen hangende vier witte kannen waervan twee met silveren lidden 
dartien witte schaelen soo klein als groot 
een blicken geschilderdt lavoor [= waskom] 
een vleys ketel 
een vis ketel 
een blicken braedt owen, met een lepel 
een blicken slaedts emmer 
een ijseren plaet met een spadel 
een schuymspaen 
een coperen pantie 
een tinnen fles 
een blicken wrijver 
een halff dosijn tinnen tafelborden 
drie tinnen schotels 
een tinnen zacier 
een strijckijser 
 
[00338r] een tinnen flapkanne 
een ijseren heugel 
drie glasen schilderijen in de gaelderij hangende 
 
In de voorcamer: 
sewen schilderijen 
een glasen bloemstuck 
een swarte speigel [= spiegel] 
een halff dosijn roode stoelen 
een gemurmurde tafel 
een bedt en peul 
twee oorkussens 
een groen gevoerde deecken 
een witte Spaense deecken 
een wijtlingh 
een paer blauwe gordijnen met 't rabath 
een dito schoorsteenkleedt 
een dito bedtspreedt 
 
[00338v] een blauw sayen tafelspreedt 
een halff dosijn blauw laeckens kussens 
achtien silveren naegels 
negen porceleynen schotels 
twee dito clapmutsen 
vijff dito coppen, noch een dito 
twee cleyne dito copkes 
twee porceleynen romerckes 
twee glasen floyten 
een wit glas gordijn 
 
In 't voorhuis: 
ses schilderijen 
een swarte mantelstock 
een Hollantsche halwe kas 
een swarte mantelstock 
vier Spaense stoelen 
drie porceleynen coppen 
drie dito schotels 
een wit glas gordijn 
 
In de binnen camer: 
[marge: pro memoria] sewen schilderijen nae 't lewen van des pupillen wijlen vader ende moeder hem selffs, ende vorde bloedt vrunden 
 
drie andere schilderijen 
 
[00339r] een grootte swarte spiegel 
een grootte Hollantsche kas 
een neutebomen tafel 
een halff dosijn neutebomen stoelen met blau plius [= pluche] 
een blauw laeckens schoorsteenkleedt met zijden vranien [= franje] 
een dito tafelspreedt 
een wit glas gordijn met de roede 
twee porceleynen coppen 
een dito fles 
een coffer 
vier witte Spaensche deekens 
twe groene bedtspreden 
twee voerlaeckens wijtlingen 
vijff pluim kussens 
sewen oorkussens 
een neck kussentie 
twee swarte stoelen, met biesen matten 
 
[00339v] Op de vooropcamer: 
een bedt en een peul 
twee oorcussens 
een wijtling 
een groene gevoerde deecken 
een paer groen sayen gordijnen ende een groen laeckens rabat 
een groen laeckens bedtspreedt 
een dito schoorsteenkleedt 
een dito tafelspreedt 
een murmurde schencktafel 
een stooffpars 
een swart schabel 
een swart silveren taboret 
ses swarte mat stoelen 
 
[marge: pro memoria] vier kleine schilderijen nae 't lewen voor 't pupil 
 
ses schilderijen 
vijff kleine schilderijen 
vijff kleine schilderijties 
een spiegel en haerborsel 
twe witte glas gordijnen 
 
[00340r] drie porceleynen schuttels 
drie dito clapmutsen 
negen dito butterschuttels 
drie cleine dito coppen 
twee sacierkes 
een halff dosijn groenlaeckens en leren kussens 
een doos 
een meelvatie 
een naykorff met wat snippelties 
drie tinnen patelen 
twee tinnen kandelaers 
een blicken schavat 
een messchen convoor 
een messchen hangkandelaer 
een klein vijseltie 
 
Op de studeercamer: 
[marge: pro memoria] drie schilderijen nae 't lewen; een clein coperen stuckje nae 't lewen voor 't pupil 
 
een mantelstock 
 
[00340v] een eecken cantoor 
twee paer gordijnen ende rabatten 
een schoorsteenkleedt 
een glas gordijn 
twee bedtspreedties 
een bundel geern 
 
Op de zolder: 
twee grootte koffers 
een gemack coffer 
een spinwiel 
twee matten 
twee canis corwen [= honden manden?] 
een voet plattie 
vijftien angelierstocken 
een Leeuricks corff 
een houten pulpetum 
een kinder sleedt 
een vattie en rotteval 
 
[00341r] een coperen uithanghbordt met de stock 
eenige oude lappen 
een glasgordijnen hangende te drogen 
 
In de kas op de vooropcamer vast staende: 
een slaeplaken, dit afgeholden tegens 't doodlaken 
twe halwe dito 
drie peuldoecken, een sloop afgeholden (ende vermits gebruyckt is tot het dood lichaem van de overledene) 
vijff paer slopen 
twee dosijn servetten 
acht tafellaeckens 
twee grouwe wijtlingen 
twee sacken 
 
In de kas in 't voorhuis staende: 
vijff bedtlaeckens 
vijff peuldoecken 
negen kussens slopen 
twee en dartich servetten 
ses tafellaeckens 
een blauw bloemdt rabat noch een dito 
een stuckje blauw en groen say 
 
[00341v] blauwe koorde 
een partij blau ende bloemerandt sijde franie 
een bonte reyssack 
een wit glas gordijn 
een glaadt vel ende glaadt steen 
 
In de kas in de binnencamer staende: 
twee en dartich bedtlaeckens 
tien peuldoecken 
twaleff slopen 
een wiege doeck 
tien tafellaeckens 
vijff en een halff dosijn servetten 
 
Silver: 
een silveren schenck talioor 
een perlamoer met een silveren lepel 
drie silveren candelaers 
twee silveren snuyters 
vier silveren soutvaten 
een silveren zaciercke 
een silveren cop 
een kleine silveren cop 
 
[00342r] twee silveren mostertpotten met de lepelties 
twee silveren halff mingels 
drie silveren keekers 
acht en twintich silveren lepels 
een halff dosijn eyer lepelties 
een brandewijns kroeske 
negen silveren nagels 
een silveren molentie 
 
Vrouwen kleren: 
een bratten tabbert 
een groffgreynen tabberdt 
een swart lijff van een laeckens tabbert 
twee zijden zijpers mantelties 
een groffgreynen manteltie 
een bratten manteltie 
een slecht sayen manteltie 
een hoyck [= huik] 
een roodt scharlakens rock 
een swart zijden rock 
twe losse mirde bonten [= bunzing bont] tot mantelties 
 
[00342v] een sijden weerschijnen rock 
een karmosijnen stoffen rock 
een here sayen schort 
een dito schort 
een zijden ontornde schort 
een coleurde daeghs rock 
een roodt hembdtrock 
een sprinckeldt greynen rock 
een swart sayen schort 
een roodt zijden owerlijff 
een roodt zijden onderst 
dito voor mouwen 
een rode borstrock 
een grau owerlijff 
een grau onderst en middel lap 
twee swarte sijden schorteldoeken 
drie kapsleujers 
twee fluwelen moffen ende mofkes 
eenige sijden lappies ende cant 
een moff en mofkes 
 
[00343r] twee paer grauwe hosen 
een paer swarte handtschoenen met een request 
een haeren wrongh 
een cappie met gouden stiften [= veren of naalden van het oorijzer] 
een en twintich vrouwenhembden (hieronder een niet vercoopbaer, ende daernae een peuldoeck bevonden) 
vijfftien witte schorteldoecken 
sewen rechte flippen 
twaleff Duitse mutsen 
noch veertien dito 
noch vijff dito 
twaleff witte kapsleujers 
tien ronde halsdoecken 
twee hoeckige dito 
negen viercante dito 
Een santee muts 
drie nachthalsdoecken 
sewen paer voormouties 
vier Engelse lappen 
drie kinder santeen [= gezondheid] 
elleff krop lappen 
 
[00343v] een paer witte handtschoenen 
noch een paer dito 
acht paer voormouwen, noch een voormoutie 
vier en twintich ondersten 
acht nachthalsdoecken 
eenige oude doeckjes 
drie flechtsnoeren 
vier ondermutsen 
eenige swarte strickjes 
sewentien buis [= broekzak (Fries)] neusdoecken 
eenige brandtstenen ende swarte coralen 
een gouden oorijser 
een silveren dito 
een onderriem met tasch, koker ende kettinghs 
een buideltje met oude stuckjes geldt. 
 
Juwelen: 
een gouden kettingh 
een paer gouden braseletten 
een gouden diamant ringh, de requirerende bij testament gelegateert, dit pro memoria 
noch een diamant ringh 
een dito diamant roos ringh 
 
[00344r] een gouden signet 
twee paer gouden knoopies 
een paer gouden mutsstiffies, doch met een paer messchen 
een gouden hoepringh 
een oudt stuck goudt 
een paer gouden pijpen 
een groote vergulde penningh 
twee paer silveren knoopies 
twee silveren penningen met beeltenissen 
een klein leeg kistje 
een buidel 
 
[marge: pro memoria] Een silveren hechten mes toebehorende het pupil 
alsmede twee silveren penningen 
 
een vergulde bijbel met gouden doppen 
een vergulde Testament met gouden doppen 
een swarte bijbel met silveren haecken 
 
Hier voren overgesien [= over het hoofd gezien], so volght: 
een grauwe reyscap 
een grau reys manteltie, met bont 
 
[00344v] een grauwe sarsjen onderbroeck, desen afgeholden voor 't pupil om versneden te worden 
een witte onderbroeck 
drie witte borstrocken 
twee witte schorteldoecken 
een werck schorteldoeck 
ses blauwe schorteldoecken 
een paer katoenen hosen 
een pluim 
een swart kinder helbaert 
 
Gerede gelden in 't cantoor: 
Silver: 
100 a f 3-03-00, f 315-00-00 
noch 10 a f 3-03-00, f 31-10-00 
56 a f 2-10-00, f 140-00-00 
5 a f 1-08-00, f 7-00-00 
75 a f 0-06-00, f 22-10-00 
 
Gout: 
acht a f 7-10-00, f 60-00-00 
---------- 
f 576-00-00 
f 110-10-00 
---------- 
f 686-10-00 
 
[00345r] Een en een halff a f 12-00-00, f 18-00-00 
4 a f 5-00-00, f 20-00-00 
 
Een ijseren kistje daerin: 
een gouden penningh ad f 50-00-00 
negen olde Rijxdalers f 22-10-00 
---------- 
f 110-10-00 
 
[marge: pro memoria] twee groene buidelties, in 't een de troupenningh van des requireerdes eerste vrou [= Acke Pyters Steindam, eerste vrouw van Theodorus Paludanus] en 't ander een spaerpot voor sijn voorsoontie 
 
Briewen en instrumenten: 
Een testament bij Petronella Valerii gemaeckt, de dato den 7e september 1670. 
 
Een obligatie op Jan Martens tot Witmaersum de dato den 18e may 1670, continerende 50 goudguldens principaal, als reste van meerder f 50-00-00 goudguldens, met de intresse van maj 1672, gequoteert met no. 1 
 
Een obligatie op Thomas Piers tot Kimswert in dato den 3e october 1657 continerende f 200-00-00 Caroliguldens, met de intresse van Alderheyligen 1671, gequoteert met no. 2 
 
[00345v] Een obligatie op Duco Hoytes tot Pinjum, in dato den 12e mey 1668, continerende f 500-00-00, met de intresse van mey 1671, gequoteert met no. 3 
 
Een obligatie op Sijmon Claesses tot Pinjum continerende vijftich goltguldens de dato den 7e october 1667 f 70-00-00, waervan de intressen betaelt sijn tot Alderheyligen 1669, gequoteert met no. 4 
 
Een obligatie op Sybe Sybes tot Wons in dato den 30e aprilis 1668 tot vijftich goltguldens 
f 70-00-00 de intressen betaeldt to mey 1672, gequoteert met no. 5 
 
Een getransporteert reversael op Jan Wytses in dato den 5e May 1667 continerende hondert goltguldens als reste van meerder f 140-00-00 met de intressen, gequoteert met no. 6 
 
[00346r] Een obligatie op Folckert Jacobs tot Pinjum in dato den 27e april 1670 continerende drie hondert Caroli guldens f 300-00-00 waervan de intressen betaeldt tot may 1671, gequoteert met no. 7 
 
Een obligatie op de Stadt Harlingen in dato den 31e october 1670, continerende een duisent Caroli guldens f 1000-00-00 waervan geen intressen ten achteren, gequoteert met no. 8 
 
Een obligatie op Saecke Gosses tot Cornwert, in dato den 8e aprilis 1665, continerende vijftich goltguldens f 70-00-00 waerop geen intresen betaelt, gequoteert met het woort onwis 
 
Een obligatie op Eeb Alles tot Witmaersum, in dato den 1e may 1666, seer illiquyd ende in praeferentie comende, in des requirerendes vorige staet nader nae te zien, gequoteerd met onwis 
 
[00346v] Een reversael op Willem Broers tot Annjum doch nu concernerende de here Grietman Swartzenbergh, in dato den 20e aprilis 1668 waer te goede volgens vorige inventarisatie van wijlen Petronella Valerii twee hondert acht en veertich goltguldens, doch het landt merckelijck onder gemeten hebbende halve 't selwe naeder moeten werden afgesien, gequoteert met no. 9 
[marge: De ondermetinge is bevonden te bedragen de somma van twee en tachtich goltguldens, veertien stuivers, volgens vertoonde meetcedulle, sulx dat alhier voor proufijttelijck comt de somma van een hondert vijff en 't sestigh goltguldens, veertien stuyvers] 
 
Een Coopbrieff van de bewoonde huisinge de dato den 29e mey 1672, gequoteert met no. 10. 
[Opm.: Nedergerecht Harlingen, Proclamatieboek, invnr 240, fol 77r, 14 januari 1672: Ds. Theodorus Paludanus x Petronella Valerii koopt een huis met eigen steeg ten Z. en achtertuin, oz. van de oude Kimswerderpijp, op de Brouwersgracht [= Brouwersstraat OZ, Brouwersstraat 13], strekkende tot aan de (Pieter) Molenstraat. Ten N. Jetze Isbrandts, ten Z. Jan Finckel, ten O. en W. de straat. Gekocht voor 1700-00-00 GG van Luitsche Rinties weduwe van Harmen Claesen Groeyer; Nedergerecht Harlingen, Proclamatieboek, invnr 242, fol 14v, 13 januari 1684: Dr. Conradus Luidinga, stadsmedicus van Harlingen, koopt een nieuw verbouwd huis met tuin (tegenwoordigh bij Lijntien Sibles Reen weduwe van de vroedsman Gabe Douwes als huyrderse bewoont), tussen de 2 bruggen en de Kimswerderpijp, strekkende achter tot de Pieter Molentjessteeg, oz. Brouwersgracht. [= Brouwersstraat 13] Ten O. de Pietermolentjessteeg, ten W. die straat en diept, ten Z. Johannis Duyff, secretaris, ten N. de capitein Jochum Jansen Croon. Met beschrijving van DIT verkochte huis met een eigen steeg ernaast. Gekocht van Johannes ten Post, luitenant van een compagnie infanterie, voor 1/2, en Goris Herckes Bouma, mede-vroedschap te Bolsward als geauthoriseerde curator over Petrus Paludanus als testamentair erfgenaam van ds. Theodorus Paludanus in leven predikant te Leeuwarden etc., voor 1/2, voor 1050 gg. ?Bestaande in een moy voorhuys met een voorkamer en een vrije eygene steigh ten sijden, een schoone groote benedenkamer, een rojale keucken, met een loods en tuyn daarachter, twee kelders, een regenwaters back, en een putt met een houten pomp daerin, twee deftige bovenkamers en souderinge daerboven, alles soo groot off kleyn goedt of quaedt en oudt off nieuw als de selve bevonden wort, belast met drie caroliguldens aen eeuwige jaerlijkxe grontpacht.?] 
 
Een handtschrift ende rekeninge holdende op de schrijver Joannes Ersenius tot twee hondert en tien Caroli guldens, vijftien stuyvers, dartien penningen, in dato den 23e februari 1671 met de intressen a dato van dien, tegens vier per cento 
 
Aldus gedaen ende geinventariseert op dato als boven, in kennisse van ons commissaris ende secretaris, 
(get.) Lourens Jacobs Asperen 
(get.) Dominico Wringer 1672