Harlingen, inventarisatieboeken door de WAO

Sinds september 2016 zijn leden van de Werkgroep Archiefonderzoek, een werkgroep van de Vereniging Oud Harlingen, bezig met het overnemen van de belangrijkste gegevens uit de 33 Inventarisatieboeken van Harlingen. In deze boeken staan verslagen van inventarisaties van sterfhuizen, zoals die plaatsvonden van 1589 tot 1727. Het project RedBot stelde hiervoor welwillend de foto's van deze inventarisatieboeken beschikbaar, het Hannemahuis een werkruimte en het Stadsarchief inhoudelijke ondersteuning. We zijn ze dankbaar.

De inventarissen die aan een bepaald adres zijn toegeschreven zijn ook zichtbaar via 'Huizen -> Zoek je huis'. In onderstaande lijsten is dat adres ook zichtbaar. Een groen adres geeft aan dat het adres vrij zeker juist is. Bij niet groene adressen is dat minder zeker, maar het is hopelijk toch minstens in de buurt. Zoals altijd zijn de kolommen te sorteren door op de kolomkop te klikken, boven de tabel kan snel naar de juiste letters of de juiste pagina worden gesprongen, en door op een adres te klikken verschijnt de pagina met alle bekende gegevens van dat adres.

N.B. Alleen als de lijst is gesorteerd op datum, is de extra kolom 'relatie' te zien, omdat die alleen dan de relatie met de volgende persoon in de lijst kan weergeven.

Gegevens uit bronnen worden zorgvuldig overgenomen, maar lees- en typfouten zijn onvermijdelijk. Gegevens die niet in de bron staan maar door mij zijn aangevuld op basis van andere bronnen of andere gegevens uit dezelfde bron, zijn voorzien van een *. Gegevens die door mij aangepast of geïnterpreteerd zijn, zijn zoveel mogelijk voorzien van een verduidelijkende toelichting tussen [blokhaken]. Bij het overnemen van eigennamen is de originele spelling gehandhaafd. Soms is echter te voorzien dat een kennelijke schrijf- of spelfout in de bron een probleem zal geven bij het zoeken naar een eigennaam of bij het maken van een alfabetische index. In zo'n geval is de juiste of meest voorkomende spelling van een eigennaam aangehouden, met toevoeging van een toelichting tussen [ ]. Bij het overnemen van plaatsnamen, straatnamen en beroepen die in alfabetische indexen terecht komen is voor zover mogelijk de moderne spelling aangehouden, om het zoeken te vereenvoudigen. Mogelijk staat in een bron bijvoorbeeld Doccum, terwijl op deze website Dokkum staat. Zo wordt een glaesemaecker een glasmaker. Die spelling is voor het doel van deze website (het ontsluiten van bronnen, niet het transcriberen van bronnen) niet belangrijk.



Deze gegevens zijn voor het laatst bijgewerkt op 2021-11-01 18:02:05



Vindplaats:  Tresoar, Nedergerecht Harlingen (13-16) inventarisnummer 208 folio 0v

Pand:  0

Inleiding:  [0000v] Besegelinge bij de praesiderende burgemeester Bartel Cleisen Lanting gedaen ten sterfhuse van de faendrich Hendrick Feickes de Witt in versoeke van Jan Feickes van der Bilt als oom over des overledenes naegelatene voordochter soo volcht In de binnencamer een eken cas besegeld een eken cantoir In 't voorhuis het schrijfcamerkedeur besegeld Gelden rakende de visafslach in 't cantoir staende in 't voorhuis bevonden 49 a 3-00-00 f 154-07-00 19 a 2-10-00 f 47-10-00 aen schellingen f 60-00-00 dubbelde stuvers f 60-00-00 stuvers f 35-00-00 noch aen paiement f 28-14-00 ---------- f 385-11-00 Actum den 8e September 1666 [0001r] Inventarisatie ende beschrivinge gedaen ende gemaekt, ten overstane van de heer burgemeester Jan Knijff, in desen commissaris uit het Edele Gerechte deser stadt Harlingen, het sterffhuijs van wijlen Hendrick Feickes de Wit in leven burger faendrager alhier, van alle de goederen in ende uitschulden aldaer bevonden, ende bij welgedachte faendrager metter doodt ontruimt ten versoeke van Jan Feickes richter ende ontfanger fan Anna Parochie als geauthoriseerde curator ende oom over Lysbeth Hendericks de Witt nagelatene voordochter van d' opgemelte faendrager bij wilen [niet ingevuld] in echte verweckt in dier qualiteit requirant, ende Gertie Jacobs tegenwoordige weduwe van de selve faendrager de Wit, voor haer selffs ende voorts als moeder, ende legitima tutrix over haer twie kinderen met namen Auckien ende Fockien Hendriks de Wit, bij haer overledene man voornoemt in echte verweckt, in dier qualiteit requireerde, zijnde d' aengevinge gedaen bij gezeide weduwe nae behoorlijcke boeleede in handen van welgedachte commissaris gepraesteert. Actum de 8e januarij 1667. Opmerking: Tresoar, toegang 13-16, Nedergerecht Harlingen, Autorisatieboeken, invnr 114, aktenr 444, aktedatum 14-11-1666: Jan Feikes ontvanger op 't Bilt curator, curator over personen en goederen, oom Wijlen Hendrick Feickes de Witt vaandrig vader Lysbeth Hendriks de Witt oud 21 jaar weeskind, voordochter.

Inventaris: 
[0001v] In 't Schrijff Camerke na gedane ontsegelinge bevonden, so volght  
 
Brieven ende instrumenten:  
Reekenninge bij d' overledene faendrager de Wit als curator over Antie ende Jacob Thijsen voor commissaris van 't Gerechte deser stede gedaen ende geslooten den 7e october 1658 met Litera A gequoteert  
Seekere coopbrieff in dato den 30e december 1663, ende daer op staende quitantie van de volle betalinge der coopsumma tot twie duijsent, een hondert goldeguldens van de coop der huijsinge cum annexis aen de suijd cant van de Noorderhaven alhier daer Bremen uithanght [= Noorderhaven 74, nu pakhuis Sumatra], gecoft van de Rector Belida quoteert met B 
[0002r] Een acte obligatoir de dato den 6e november 1663, bij de secretaris Albert van Wijngaerden aen wijlen faendrager de Wijt gepasseert, continerende als reste twalijf hondert vijff en tachtich caroliguldens capitael met C quoteert 
Een reversael brieff gedateert den 22e januarij 1664, ten laste van Frouck Lolckes burgerse binnen Harlingen, als reste ter somma van vijfftich golt guldens quoteert met D 
Een ingelost ende voldaen coopbrieff ende respective reversael de dato den 5e october 1662, wegens de coop van vijff ende twijntich halff morgen Billants [=land in het Bildt] mette huijsinge ende vordere annexen [0002v] gelegen ende staende onder Anna Parochie, bij wijlen faendrager de Witt, beneffens zijn broeder d' ontfanger Jan Feickes, elks voor de helfte gecocht van Claes Harrents yder morgen (de huijsinge en de annexen daerinne versmeltende) voor zes honderd caroli guldens quoteert met E 
Een obligatie van den 10 Junij 1655 ten laste van Harmannus Rinnerts tot Mackum, als reste tot vier caroliguldens met F quoteert 
Coopbrieff ende ingelost reversael de datis den 7e meij 1662 van sekere hovinge staende ende gelegen alhier in de Liemen Dijck, gecoft van Ieme Heeres de Goede voor drie honderd vijff en twintich goudguldens met G quoteert 
[00003r] Coopbrieff ende ingeloste reversael brieff gedateert den 17e Augustij 1658 van de huijsinge waeruit de faendrager de Witt is versturven, aengecocht van Jacob Jacobs Popta voor twie duijsent twee hondert dartien golde guldens veertien stuivers Coop somma met H quoteert 
Coopbrieff gedateert den 6e augustij 1660, van ontrent een morgen billandt, aen Jacobi Parochie gelegen gecocht ende betaelt van ende aen Ebel Heeres voor twie honderd zeventich caroli guldens met J quoteert 
Zeekere huier cherter van 't voornoemde lant verhuiert op den 28e november 1660 aen Gaele Auckes waerop [0003v] resteert op toecomende maij 1667 twie jaren huier yder jaer tot twintich gulden, met K quoteert 
Een obligatie van den 1e februarij 1661, ten laste van Sikke Lubberts, coopman binnen deser stede, als reste ter somma van een duijsent caroli guldens capitael, met L quoteert 
 
Een langwerpich boek gebonden in grauw packament met vier leeren banden, daerinne aengetekent bevonden soo volght  
Dat Jacob Auckes op den 16e meij 1663 van sijn styffvader de faendrager de Witt op rekeninge heeft ontfangen den honderd caroli guldens  
[0004r] Van gelijcken dat Reinen Huijberts man ende voght van Jetske Auckes op den 13e Junij 1663 hebbe ontfangen op rekeninge de somma van vijff hondert caroli guldens  
Als mede dat meester Claes Auckes uit handen van sijn Styffvader voornoemt heeft ontfangen volgens liquidatie vijff hondert vier en dartich caroli gulden sestien stuivrs 
Staende mede ten selve boeke, bij de handt van welgedachte overledene faendrager aengetekent dat hij op den 26e Martij 1662 heeft betaeld aen [niet ingevuld] couzijn van Ieme Heeres de Goede, voor een vier en sestigste part aen een galjoot schip, een honderd twaliff caroli gulden tien stuivers 
 
Volgens aentekeninge in selve [0004v] clein boekje staende, is meester Claes Auckes debet ter saeke geleend geld een honderd Caroli gulden sestien stuivers 
 
Een handschrift van den 17e April 1666 continnerende ten laste van de burgemeester Harmen Synes Nauta drie hondert zeventich Caroli gulden negentien stuivers met M gequoteert  
 
Meldens annotitie in een cladboekie heeft de overledene faendrager de Witt geleend aen Pytter Hettes huijsvrouw f 92-10-00 waer in betaelt was f 45-00-00 sulcks dat noch resteert zeven en veertich caroli gulden tien stuivers 
 
Bauckjen Fransen debet drie en sestich caroli guldens, aen haer op den 9e september 1665 geleent [0005r] luit aentekeninge in 't verschreven boekje staende 
 
Noch staet in 't verschreven opgemelte cladboekje aengetekent bij de overledene faendrager de Wit dat hij aen Symon Gabbema heeft geleent, zes en dartich Caroli guldens  
 
Volgens Notulen, rest en is debet Focke Reijers vijff en twintich Caroli guldens vier stuivers  
 
Den 6e Januarij 1667:  
 
Vermogens zekere acte van adsignatie in dato den 2e Maij 1666 bij de rector Belida, ten profijte van de faendrigh Hendrick Feickes de Witt, op de rentemeester deser stadt Harlingen gepasseert, is deselve Belida schuldich aen dit sterffhuijs de somma van twie hondert caroli guldens geadsigneert, te betalen uit sijn debituers te goede [0005v] krijgende traectement uit ider quartel jaer met vijfftich caroli guldens, ingaende primo november 1666 waer op tot dato 9 Januar 1667 door de rentemeester Wynia is betaeld het eerste termijn tot vijfftich caroliguldens die hier achter bij de gereede gelden sijn gebracht 
 
Zeekere obligatie in dato den 25e Julij 1664 holdende ten laste van Tierd Hylckes cum uxore echteluiden binnen Harlingen ter somma van een duijsend caroliguldens capitael; edoch hoewel deselve leit ende gepasseert is aen ende ten profite fan de overledene faendrager de Witt is 't nochtans zoo, dat de selvige obligatie tegenwoordich toebehoort enen Harmen Gerrijts Cnoop, als sijnde aen hem overgedragen in betalinge van 't gene hem volgens sloth van rekeninge competeerde wegens de curatele bij de welgedachte faendrager gehad over de goederen van hem Harmen Cnoop [0006r] welcke obligatie op dato den 9e Jan. 1666 bij de fiscael T. Theodorij is gelicht omme het effect van dien, ten profite van de geseide Harmen Cnoop in te vorderen uit crachte van Procaratie [= procuratie] bij desen vertoond ende gebleken 
 
Coomen als noch hier voor profijtlijcke zekere obligatie van den 27e augustij 1666 continerende  
ses duijsent caroli guldens capitael tot laste van een gequalificeert persoon d' erffgenamen bekent waer aff de penningen ter eerster gelegentheit zijn te verwachten met de accessorien  
 
[0006v] [blanco pagina] 
 
[0007r] Den 8e Januarij 1667: 
 
Gereede gelden in 't voornoemde schrijffkamerke bevonden 
1 gouden Cruizaat f 17-00-00  
4 1/4 Carolussen a 12 stuivers f 51-00-00  
4 a 9-00-00 f 36-00-00  
een dubbelde met een enckelde ducaten f 25-00-00  
65 a 3-03-00 f 204-15-00  
1 a 2-00-00 f 2-00-00  
20 a 1-08-00 f 28-00-00  
65 werp schellingen ijder werp 1-10-00 f 97-10-00  
125 werp a 0-10-00 f 62-10-00  
pajement f 2-08-08  
---------- 
f 525-15-08  
 
Den 9e Januarij 1667: 
 
Opgecomen, ende in 't sterffhuijs aen gerede gelden gebracht zoodanige vijff caroli gulden als bij de ontfanger Jan Feickes van de stadts rentemeester [0007v] Edo Wynia op dato den 9e Januarij 1667 zijn ontfangen, in minderinge van seker adsignatie bij den rector Belida gepasseert hier voren aengetekent staende dus hier f 50-00-00  
[opmerking: kennelijk gaat het niet om 5 maar om 50 Caroliguldens; schrijffout secretaris?] 
 
Een obligatie ofte acte ten laste van de ontfanger Jan Feickes geleit hebbende, is opgebracht ter somma van vier hondert caroliguldens zulcks dies hier tot vergrotinge van gerede gelden coomen, dus f 400-00-00 [opm.: dit bedrag is doorgestreept] 
 
Onder deductie nochtans van vijff en seventich caroliguldens die den ontfanger Jan Feickes competeerden daeromme bovenstaende vier hondert caroliguldens hier niet wijders kan werden gebracht dan tot drie honderd vijff en twintich gelijcke guldens dus hier f 325-00-00  
 
[0008r] De ontfanger Jan Feickes brenght in staet sodanige hondert dartich caroliguldens die bij hem wegens het sterffhuijs van Anderijs Conter sijn ontfangen, ende als noch onder hem berustende wegens aen hem vercochte wijnen door de faendrager de Witt f 130-00-00  
 
[opmerking 1: Andries Conter, wonende te Wolvega, trouwt in 1652 in Leeuwarden met Cathalijntie Reverts, zie DTB trouwen en inschrijven, akte datum 28-07-1652; in 1654 een zoon Jan, in 1663 een zoon Jerremyas, in 1660 een zoon Lourens, in 1659 een dochter Anna, in 1668 een zoon Jerremyas, in 1656 een zoon Hendrick; alle kinderen gedoopt te Leeuwarden, bij de doop wordt steeds alleen de naam van de vader vermeld, niet de naam van de moeder] 
 
[opmerking 2: hypotheekboeken Tietjerksteradeel, akte datum 2 maart 1669, akte nr. 243; Jr. Hessel van Aysma, mede afgevaardigde in de Raad van State wegens Friesland in Den Haag, en Hester van Loo, el., verklaren ? 1200 tegen 4% rente schuldig te zijn aan Andries Conter en Lijntie Revers, el. te Leeuwarden, o.a. wegens leverantie van wijnen] 
 
[opmerking 3: kennelijk was de overleden vaandrager de Witt ook koopman: hij voerde wijn in en verkocht de wijn door aan wijnkooplieden elders in Friesland zoals Andries Conter] 
 
Den 9e Januarij 1667: 
Huijsgeraden ende inboelen:  
In de binnencamer  
Bedden ende bedts Cleren 
twie bedden, met twie puelen, daerover pueldoeken 
zes oorcussens met slopen daerover  
twie bed laekens op 't ene bed  
twie groene gevoerde dekens ende twie groene ongevoerde  
twie Spaense dekens  
twie onderbedspreden  
 
[0008v] twie paer groene gardijnen, met de rabatten 
een groen schorstiens cleet  
zes groene laekens stoelkussens  
 
Schildereijen  
vijff schildereijen met swarte lijsten  
vijff albasterde borties,  
een vierkante spygel  
 
Ander houtwerck 
zes gedraijde swarte stoelen 
een eeken kas  
een eeken kantoor ende besegelt sijnde  
een gedraijde ebbenhouten bedstock  
 
Oostindisch steenwerck 
drie groote kannen 
een cop op de cas  
6 butter panties  
2 clapmutsen  
[0009r] 5 copkes, noch drie kleine koopkes  
6 clapmutskes  
4 cleine kelckjes off eijdopkes  
twie Leijdse stenen flessen op de cas  
een gesneden romer  
 
[0009v] In 't voorcamerke 
Bedden ende bedtscleren 
een bed met een puel ende een pueldoek daerover 
een wijtlingh 
7 oirkussens met slopen  
3 oirkussens sonder slopen  
2 bed laekens  
2 groene gevoerde dekens ende een ongevoerde groene deken  
1 Spaense deken  
twie groene gardijnen met een rabat  
een groen schorstiens cleet  
een groen spreed over de kas  
een groen spreedtje over de kiste  
4 stoel cussens  
 
[0010r] Houtwerck  
een Hollantse cas, met zackerdanen hout [= een soort teak hout] ingeleit  
een vuieren cas  
een eeken hangende spijntie  
drie cleine schildereijen  
2 glaasen bord schilderijties  
een eeken kiste, met een schabeltie  
vier stoelen  
2 vatjes  
 
In 't voornoemde eeken kistje bevonden  
een silveren horalogie  
een silveren tabacks doos 
1 silveren tandstokeler  
1 koker daerop een mes ende priem met zilveren beslach aen de hechten  
 
Oostindisch werck  
4 dubbelde butter pannen 
7 butter panties  
7 copkes  
5 cleine clapmutskes  
[0010v] 3 middelmatige clapmutskes  
1 cop 
3 kelckjes 
 
een degen met een silveren gevest  
een houwer  
 
Coper, mesken, tin, ijser ende slecht steenwerck in de spijskamer  
een wit stenen kantie met een silveren lid  
twie rottingen met silveren beslach  
2 swarte kanties, met tinnen lidden en banden  
3 slechte stenen pannen  
2 tinnen schuttels, met een tinnen gattie panne  
een messchen vijsel, mette stempel  
[0011r] een messchen kandeler, met een clok [= klokvormige kaarsendover ??] 
noch een messchen kandeler  
2 messchen piepen  
1 toijt met coperen beslach  
2 coperen ketels, met lidden  
1 gootlingh  
1 coperen pott  
2 messchen vuier bekkens  
2 messchen snuijters, en een schuijmspaen  
 
8 pont flas  
een bossie geern  
 
[0011v] In 't voorhuijs ende in de gangh  
een uierwerck  
een vuieren geferfde cas  
een gemurmerd cantoir met een inleggende leij  
een karnarij kouw met drie vogelties  
12 schildereijen  
2 cleine borties  
1 achtkantige spygel  
4 stoelen 
1 eeken rack 
4 trijppen stoelcussens  
1 groen spreed over de cas  
een groot ende 2 cleine groene spreeden over de glasen met messchen roeden  
3 stenen slechte bemaelde pannen  
3 stenen slechte bemaelde flessen met een suickerpot  
[0012r] 2 oostindise Clapmutskes  
2 Oostindische vruchtschaelties noch twie cleine dito  
5 witte schalen  
een bartisaen (?) 
 
In 't portael off galderije ende op de plaets 
4 schilderde borden  
een eeken perske, een schabeltie  
1 mantelstock  
2 stoelen, 2 stoelkussens  
1 rack daerop 3 witte schalen, en drie witte schuttels, ses butter schaalties, 4 stenen tafelborden  
[0012v] een Oostindische clapmutske  
1 spygeltie  
1 visch vat  
1 mangelbord, 1 vloerveger  
1 vaste schuttelbanck met dit schuttelgoet 
3 Slechte bonte pannen  
4 groot witte stenen pannen 
3 witte commen  
3 witte waterpotten  
8 cleine stenen pannen  
noch 18 stucks steenwerck, soo tafelborden als andersints  
noch een schuttelbanckjen met enigh schuttelgoet  
1 messchen schuimspaen  
1 gootlingh  
1 keteltie 
 
[0013r] In de kueken  
twie bedden met puelen  
vier oircussens  
drie Spaense met twie groene deekens  
2 bedlaekens, 2 pueldoeken, en 4 sloopen  
2 wijtlingen  
1 paer gardijnen met een rabath  
1 schorstiens cleet groen, ende 2 bonte dito  
2 spreedtjes  
6 stoelkussens  
een vuieren Hollantse cas  
9 stoelen  
een canbordt  
 
[0013v] Steenwerck  
acht stenen kanties met zilveren lidden  
5 groote witte schalen  
3 witte pannen  
3 witte kandelers, 2 witte soutvatten  
10 kleine witte schaelties  
6 witte schuttelties  
 
Zilverwerck  
negen silveren lepels op 't lepelbordt  
1 zilveren kroeske  
 
Iserwerck  
1 tange, 1 asschop, treeft, ijseren hangkandeler  
1 messchen keerssnuijter  
1 vuierbecken  
 
In 't kelderke  
4 flessen, noch een  
[0014r] 6 bierglaasen, 2 romerkes  
1 tinnen bedwarmer  
eenigh tinnen schuttelgoet  
1 houten baekjen ?? 
1 strijck iser  
1 lanteern, 1 iseren pottie  
 
In 't klein kuekentie  
2 paer spooren [sporen voor een paard ??] 
1 paer leersen  
2 iseren treefties  
2 kandelerkes  
[0014v] 1 ijseren rooster met een meschen confoir [= comfoor] 
2 meschen stoof zeelen [= hengsels] 
1 houten decksel over de tafel  
een lange blauw geverfde tafel  
1 oud cantoir  
een pulpitum [= pulpitrum, schrijfmeubel]  
2 oude stoelen  
5 waschtobben, soo groot als clein  
2 ledders, 3 water emmers  
2 kleerkorven  
enige romlingen  
 
[0015r] Op de souders [= zolders] 
1 grote kiste  
1 slaepbanck  
1 bancks bettie sonder puel  
1 zetbanck  
1 eecken spijntie  
enige romlingen  
een parthije turf en holt  
een blau lakens stoel cussen  
een nieuwe kerckstoel  
 
[0015v] Den tiende Januarij 
 
Mans dagelickse clederen  
een grauw lakens rock, met cerchie gevoerd  
noch een grauw lakens rock  
een grauw lakens mantel  
noch een grauw lakens rock  
een cerchen rock  
een grauw lakens rockie  
1 pack stoffen cleeren  
1 pack rode ondercleren  
Noch een pack rode ondercleeren  
de hembdrock met silveren cnopen  
een duister lakens cleeren  
een grauw lakens broeck  
noch een dito  
[0016r] een carpous [= muts]  
noch een cerchen reijsrockien  
 
Linnen, op de bovenste solderinge hangende te drogen:  
5 bedlakens  
8 tafellakens  
5 servetten  
11 handdoecken  
13 slopen  
2 pueldoecken  
 
Op d' onderste solder  
een leeren wambais sonder mouwen  
 
[0016v] Linnen buiten de cas beneden  
13 bed lakens  
9 mans hembden  
5 zervetten, 11 handdoecken  
1 pueldoeck, 5 nuesdoecken  
16 slopen  
 
In de cas staande in de binnencaamer nae gedane ontzegelinge bevonden zoo volcht  
 
Linnen  
19 slaaplakens noch 3 gelijckens  
17 manshembden  
4 pack witte mans ondercleeren  
[0017r] 18 tafellakens  
3 dosijn zervetten  
14 mans nuesdoecken  
8 pueldoecken  
 
Wollen mans cledingen  
een swart lakens mantel  
een swart grof greinen mantel  
een coleurd grof greinen mantel  
een coleurd lakens mantel  
een swart grof greinen cleeren pak met nomparelien [= nonpareilles] 
[0017v] noch een pak grof greinen cleeren met zatijn [= satijn]  
een grof greinen wambais  
een lap grofgrein  
noch een stoffen mantel  
een pack swart lakens cleeren  
een pack stoffen cleeren  
een pack grauw lakens cleeren  
een swart bratten pack cleeren  
3 paar swarte breiden hosen  
een paar witte hosen sijden [= wit zijden hosen] 
9 paar grauwe hosen  
een oraengie velt teken [= oranje vaandel]  
een geborduirde draagban [= draagband] 
 
[0018r] Silverwerck  
een silveren half mengelen  
een silveren pegels cantie  
een groot, met 2 kleine zoutvaten  
een silveren cop  
twie croesen  
twe brandewijns croeskes  
9 silveren lepels  
een wit stenenen [= stenen, aardewerk] staart pottie met een silveren lid, en een silveren lepeltie  
een silveren signet  
drie dozijn silveren cnopen  
 
Gouden werck  
een gouden signet  
 
[0018v] Den 7 maart 1667 
Het linnen in desen gemelt buiten het gene, dat tot een yeder sijn lijf behoorde is bij de erfgenamen gedilt en van malcanderen geleit door Aaltie Beima huisvrouwe van de tegenwoordige gemeensman Riemer Tuenis Faber, en Anneke Sybema huisvrouw van de rector Olphardi Belida 
 
Inde het voorcamerke bevonden en wardeert ende voren gespecificeert  
een bed met een puel f 28-00-00  
2 oorcussens f 4-00-00  
een wijtling f 3-00-00  
een groene gevoerde deken f 5-10-00  
een groene gevoerde deken f 8-10-00  
een witte Spaense deken f 5-00-00  
[0019r] een paar oorcussens f 5-00-00  
noch een paar dito f 5-00-00  
noch een paar dito f 2-10-00  
een groene ongevoerde deken f 7-00-00  
2 paar trijpen stoelcussens ijder paar ses guldens is te samen f 12-00-00  
4 stoelen f 3-00-00  
Lijsbeth Hendricks de Wit toe getauxeert een Hollanse cas tot f 25-00-00  
Auckien Hendricks de Wit toe getauxeert een Hollanse gemarmerde cas tot f 6-00-00  
een hanckkasse f 3-00-00  
3 schilderien f 8-00-00  
3 cleine borties f 0-15-00  
3 dubbelde Oostindische butter pannen f 3-00-00  
Auckien Hendricks de Wit 3 Oostindische butter panties f 3-00-00  
[0019v] 2 Oostindische butter pannen f 2-00-00  
Een Oostindische cop Lijsbeth Hendrix de Wit toe gewardeert f 4-10-00  
4 Oostindische clapmutsen f 3-03-00  
een Oostindische cop met 2 butterpannen, voor Lijsbeth Hedricks de Wit f 2-00-00  
2 frucht schaalties met een clapmuts f 2-10-00  
2 clapmutskes f 2-05-00  
5 Oostindische butter panties f 4-00-00  
8 copkes f 4-00-00  
2 gardijnen met een schorsteens cleet f 5-00-00  
een kistie met een schabeltie met een groen spretie daarbij f 3-00-00  
Lijsbeth Hendrick de Wit een tinnen gattie panne f 2-00-00  
2 tinnen schuttels f 2-00-00  
[0020r] Lijsbeth de Wit een gootling met een coperen pot f 3-10-00  
een meschen ketel met een lid voor deselve f 6-00-00  
een meschen ketel met een dexel f 4-10-00  
een tuit f 2-00-00  
een vijsel met een messchen clock ende een muscate wrijver f 5-10-00  
Lijsbeth de Wit een mesken kandeler met 2 piepen f 1-05-00  
Lijsbeth de Wit een mesken vuirbecken f 3-00-00 
een dito f 3-10-00  
Lijsbeth de Wit 2 keerssnuiters f 0-08-00  
een schuimspaan met een scheer f 1-05-00  
een kantie f 0-10-00  
een dito voor Lijsbeth f 0-10-00  
[0020v] een partij vlas f 3-00-00  
 
 
In de binnencamer bevonden 
Lijsbeth de Wit een bed met een puel f 56-00-00  
een groene gevoerde deken f 13-00-00  
een witte Spaanse deken f 6-00-00  
een groene gevoerde deken f 8-10-00  
een wijtling voor Lijsbeth de Wit f 3-00-00  
een wijtlingh f 1-05-00  
2 oorcussens f 7-00-00  
2 oorcussens met slopen f 19-00-00  
een bed met een puel f 50-00-00  
2 oorcussens met slopen f 20-00-00  
[0021r] Lijsbeth de Wit een groene gevoerde deken f 14-10-00  
een groene ongevoerde deken f 8-10-00  
een witte Spaanse deken f 8-00-00  
een wijtling f 8-00-00  
2 paar gardijnen met rabatten en schorstiens cleet f 14-00-00  
6 stoelcussens f 15-00-00  
een spreedt f 8-00-00  
Auckien Hendricks de Wit 6 swarte stoelen f 14-10-00  
Lijsbeth Hendricks de Wit 2 schilderien f 51-00-00  
1 schilderij f 5-00-00  
1 schilderien f 4-10-00  
1 schilderij Foeckien de Wit f 6-15-00  
2 albasterde borties f 1-11-00  
2 albasterde borties f 1-05-00  
[0021v] 1 albasterde bortie f 0-15-00  
Lijsbeth Hendrix een spiegel f 9-10-00  
 
Oostindisch werck  
Auckie de Wit 3 Oostindische pannen f 9-15-00  
2 butterpanties f 4-00-00  
Foeckien de Wit 5 Copkes f 10-15-00  
een cop f 4-10-00  
een paar dito Auckien de Wit f 3-10-00 
een paar copkes f 3-00-00  
2 clapmutskes f 2-10-00  
een copke met een ciecierke f 1-01-00  
2 clapmutsen f 4-00-00  
4 butterpanties f 7-00-00  
5 cleine copkes f 2-15-00  
[0022r] 2 flessen f 1-00-00  
2 romers Foeckien de Wit f 1-05-00  
 
Houtwerck 
een eken cas f 15-00-00  
een cantoor f 20-00-00  
een bijbel f 20-00-00  
een tafel f 2-00-00  
een stoffer met een houtwrijver f 1-05-00  
 
In het voorhuis  
3 karnarikes met een kouw f 15-10-00  
1 schilderij f 4-00-00  
1 schilderij f 6-10-00  
1 schilderij f 0-15-00  
2 schilderijkes f 1-00-00  
een bortie f 1-15-00  
[0022v] een schildert bortie f 4-05-00  
een schilder bord f 1-15-00 
2 schilderde borden f 3-10-00  
1 spygel f 1-12-00  
6 Oostindische schuttelties f 4-10-00  
3 pannen met 2 flessen en een suickerpot f 2-10-00  
een spreed op de cas met dito voor de glasen f 1-15-00  
een gardijn voor de glasen f 0-10-00  
een geel geverfde cas f 5-00-00  
een cantoor f 6-05-00  
4 cussens f 6-00-00  
Lijsbeth de Wit 4 stoelen f 4-10-00  
2 oude wrijvers f 0-04-00  
[0023r] 4 schilderien f 1-15-00  
5 schalen met een rack f 2-11-00  
4 borden f 4-00-00  
een rack met schalen en pannen Lijsbeth de Wit f 3-12-00  
een clapmutske, spygel en mantelstockie f 2-05-00  
een pars met een schabeltie f 2-10-00  
een paar cussens f 4-00-00  
2 stoelen f 0-15-00  
 
In de Loots  
een bed met een puel f 18-15-00  
een wijtlingh f 3-00-00  
een Spaanse deken f 7-00-00  
een groene deken f 5-02-08  
[0023v] 2 gardijnen met een rabat f 2-00-00  
een groen met een bont schorstiens cleedt f 1-00-00  
een bed met een puel f 12-05-00  
een wijtling f 2-11-00  
een groene gevoerde deken f 7-10-00  
een Spaanse deken f 1-02-00  
een spaanse deken f 2-05-00  
3 oorcussens f 3-15-00  
5 stoelcussens f 5-00-00  
7 stoelen f 2-10-00  
 
Steenwerck  
omhange steenwerck f 6-00-00  
een geschildert caske f 7-05-00  
een tafel f 2-10-00  
een soutvat met een lepelbord f 0-10-00  
[00024r] treeft, tange, aschop ende keerssnuiter f 2-10-00  
 
In de kelder 
een gootling f 2-10-00  
Lijsbeth de Wit een ijseren pottie f 0-10-00  
een stuck ijser f 1-01-00  
een enckert kistie met trachter, 4 candelaars Lijsbeth de Wit f 2-00-00  
een lanteern f 1-00-00  
een grauwe kanne met een tinnen lidt f 2-05-00  
een meelvat met een keerslaad f 0-10-00  
een suickerpot met een kandeler sampt bomolij [= olijfolie] pot f 0-06-00  
een mingelen met een com ende croeske f 1-11-00  
een vuirbecken f 1-00-00  
 
[0024v] In de plaats op de schuttelbanck  
Foeckien de Wit het stienwerck dat op de schuttelbanck staat f 3-12-00  
Lijsbeth het resterende f 2-00-00  
Foeckien de Wit 9 tafelborden en anders f 2-08-00  
enig schuttelgoet f 2-00-00  
wat tafelborden f 0-15-00  
enige rode pannen f 1-00-00  
een schuimspaan met 1 gattie panne [= vergiet] f 0-15-00  
een schop met besemstocken f 0-10-00  
Lijsbeth een pot f 1-05-00  
een keteltie f 1-11-00  
't IJserwerck voor Lijsbeth f 2-12-00  
een treeft f 0-16-00  
waschtobben en andere romlingen ende een mangelbord f 5-08-00  
 
[0025r] Op de Solder  
een kaske f 2-00-00  
een vleisvat f 3-00-00  
een bedwarmer Lijsbeth f 0-05-00  
een bed met een banck f 7-10-00  
een kistie f 2-00-00  
een corf met een banck bij Lijsbeth aangenomen f 1-00-00  
enige vaten f 1-10-00  
een bosch geern f 6-00-00  
een kistie f 2-10-00  
een kleerkorf f 1-00-00  
 
Lasten of schulden 
Vide folio 334  
 
[Het vervolg in Inventarisboek 208, folio 334] 
[0334r] Vide voren folio 25 
Lasten ende schulden van 't voorschreven sterfhuis van de faendrich Hendrick Feickes de Wit bij des selfs weduwe Geertie Jacobs betaelt zoo volcht  
Ieme Heres de Goede betaelt tersake geleverde plat lood luit specificatie ende quitantie met A quoteert f 22-10-04  
Aen Jan Volckerts voor vracht ende ongelden van rogge blijckt quitantie B f 153-01-04  
Lubbert Jansen Hertzuicker voor een hoed betaeld meldens quitantie C f 16-00-00  
Wulthetus Jelgersma voor geleverde medicinen betaeld per quitantie D f 8-00-00  
Jurien Siborg betaeld ter sake geleverde Wijnen te sien bij quitantie E f 26-10-00  
---------- 
f 226-01-08  
 
[0334v] Antie Jans betaeld tersake geleverde lakenen, ende cramerien, luit quitantie met F quoteert f 26-19-12 
Biense Sybouts voor een schrijfboeck ende couranten per quitantie G f 5-14-00  
Jelis Gerrits tersake geleverde caes blijckt quitantie H f 12-12-08 
Oluf Reiners betaeld voor een jaer schorsteengeld ende hoofdgeld te sien bij quitantie J f 12-16-00  
Philips Fedes [=Feddes] voor arbeidsloon ende zaed luit quitantie K f 9-04-00  
aen twe uitdraegsters voor 't tauxeren van enige inboelen per quitantie L f 3-15-00  
Geertie Bentes voor vijf eken vathouten meldens quitantie M f 25-10-00  
---------- 
f 96-11-12  
 
[0335r] Bouwen Hessels smid betaeld voor geleverde iserwerk, meldens quitantie N f 3-02-00  
Jan Willems meester metselder tersake arbeidsloon ende toegedane materialen, volgens specificatie ende quitantie O f 15-09-00  
Aen Geertie Bentes wedue van Symon Stijll betaeld bij slot van reeckeninge, vermogens deselve reeckeninge ende daeronder staende quitantie quoteert met P f 120-18-00  
[Opmerking: Symen Jelles [Stijl] (vaandrig en houtkoper) en Geertie Bentes zijn de grootouders van de bekende Simon Stijl (1731-1804)] 
Gerben Wopkes ophaler van de boelgoeds gelden, voor een bratten rock in een boelgoed gecocht drie ende dartig Caroliguldens Twalef stuivers te sien bij quitantie Q f 33-12-00  
---------- 
f 173-11-00  
 
[0335v] De kinderen van Tijs Jacobs betaeld soo wijlen Hendrick Feikes tot haer profijt hadde ontfangen volgens quitantie in 't schrijfboek f 56-14-00  
Lijsbeth Jans voor naijloon van cleeren luit quitantie R f 5-10-08  
Jacobus Nauta voor 't verstellen van een horalogie per quitantie S f 3-06-00  
Stijntie Sickes betaeld voor geleverde winckelwaren te sien bij quitantie T f 22-12-06  
Gerrit Sickes Orsinga voor geleverde hosen blijckt quitantie V f 6-02-00  
Tialling Eelkes tersake geleverde schoenen bij quitantie W aengeroert f 14-08-00  
[0336r] Aen Harke Zierx betaeld voor verdiensten luit quitantie X f 5-09-00  
Gregoris Elias tersake 25 7/8 ellen geleverd laken vermogens specificatie ende quitantie met IJ quoteert f 219-10-00  
Folckert Lamberts Nikerk betaeld voor braedloon per quitantie Z f 3-11-00  
Jan Folckerts Schotsman getelt volgens Commissie bij wijlen Hendrick Feikes verteeckent, ende daerop staende quitantie met AA quoteert f 261-05-00  
Buwe Doedes betaeld tersake geleverde haver, luit specificatie ende quitantie BB f 2-19-00  
---------- 
f 492-04-00  
 
[0336v] Jan Aerts betaeld voor steenwerck per quitantie CC f 0-17-00  
Gerrit Schiere voor hosen ende handschoenen bij quitantie DD f 3-02-00  
Pytter Jansen Tolgensis voor maekloon van Lijsbet Hendrix cleeren, meldens quitantie EE f 5-12-00  
[Opmerking: Autorisatieboeken, Nedergerechten inschrijving, aktedatum 8-11-1680: Claerke Aerts 14 jaar weeskind, Anske Jacobs scheepstimmerman curator, curator Orsula Jans moeder, weduwe van Aert Claesen gortmaker vader, Hertrouwd met Pieter Jansen Tolgensis mr. Kleermaker curator, curator over personen en goederen.] 
Claes Sijtses voor vracht ende verdiensten van Lijsbet Hendrix luit quitantie FF f 6-00-00  
Vutetus [= Wultetus] Jelgersma betaeld voor medicinen ende weide van een os meldens specificatie ende quitantie GG f 24-03-00  
Jan Wybrens betaeld voor loon van der kinderen cledinge te sien bij quitantie HH f 15-10-00  
---------- 
f 55-04-00  
 
[0337r] Neeltie Michiels voor geleverde kalk betaeld per quitantie FF f 4-00-00  
Symen Ages betaeld voor enige expensen luit quitantie KK f 4-04-00  
Hester Wiaerda voor naijloon van Lijsbet Hendrix hemden meldens quitantie LL f 4-02-00  
Beern Wouters betaeld soo wijlen Hendrick Feickes tot lossinge van een slaef hadde belooft, luit quitantie MM f 2-00-00  
Reintien Romkes de Vos voor 't verstellen van een capot rock, onder quitantie NN f 0-12-00  
[Opmerking: Reyntien Romckes de Vos, wonende te Harlingen, trouwt op 18 juli 1686 met Beitske Jacobs, ook van Harlingen, trouwregister Hervormde Gemeente Harlingen] 
Feddrik Sipkes betaeld tersake geleverde winckelwaren luit quitantie OO f 7-17-08  
---------- 
f 22-11-12  
 
[0337v] Stijntie Sickes betaeld voor winckelwaren onder quitantie PP f 5-06-00  
Symen Fransen tersake geleverde estricken blijct quitantie QQ f 10-10-00  
Doctor Swalue betaeld voor visiten ende medicinen onder quitantie RR f 4-08-00  
Rombartus Drost voor schatting meldens quitantie SS f 6-02-00  
Sake Romkes betaeld tersake winckelwaren volgens quitantie TT f 9-01-00  
Jan Reiners ende Arien Everts betaeld, tersake een achtepart aen een galioot dat naderhants gebleven is vermogens quitantie met VV f 237-10-00  
---------- 
f 272-19-00  
 
Wegens borgene castanien is opgecomen wegens 't voornoemde galioot ende aen de wedue betaeld 97-12-00 hier pro memoria  
[00338r] Aen Aebe Pytters voor rekeninge van Catarina ende Machteltie Poelgeest betaeld ter sake geleverde waren tot cledinge f 182-08-08 in een ende ter sake geleverde waren ende verschoten gelden, ende cost penningen van Lijsbet Hendrix d' Wit 219-06-00 in een tweede partie breder aengeroert in de specificatie ende daerbij gelechte quitantie WW soo gesamentlijck f 401-14-08  
Coopman Fedde Tieerds tersake geleverde winckelwaren ende lakenen, volgens specificatie ende quitantie met XX quoteert f 148-18-08  
Aen de notaris Tarquinius Theodorii cessie hebbende van Harmen Gerrits Cnoop betaeld vermogens recipris ofte renvers van den 13 october 1666 bij wijlen Hendrick Feickes gepasseert, ende daerop staende cessie ende quitantie met YY quoteert f 340-00-00  
---------- 
f 890-05-01  
 
[0338v] Noch aen Rombartus Drost betaeld voor ses caroliguldens twee stuivers luit quitantie met ZZ quoteert f 6-02-00  
Dominicus Cornelij in qualiteit betaeld tot voldoeninge ende inlossinge van een obligatie in dato den 15e November 1665, de somma van ses hondert caroliguldens capitael, ende negen en dartig caroliguldens intres, soo gesamentlijck f 639-00-00 volgens deselve ingeloste obligatie ende daerop staende quitantie met AAA quoteert 
Aen de ontfanger Jan Feickes betaeld ofte hem laten deduceren acht en zeventig caroliguldens soo wijlen Hendrick Feickes voor hem ontfangen hadde f 78-00-00  
Aen de heere Jan Amama als curator over de hopmans Kijls kinderen betaeld volgens sloth van reeckeninge ende quitantie f 138-08-00  
---------- 
f 861-10-12 
f 890-05-01 
f 272-19-00  
f 22-11-12  
Doodschul [= doodschuld] f 55-04-00 
f 492-04-00  
f 108-12-14 
f 173-11-00  
f 96-11-12  
f 226-01-08 
---------- 
f 3199-11-10  
 
[0339r] 7 Januarij 1668 
Doodschulden van wijlen Hendrick Feickes d' Wit, door de wedue betaeld 
Aen Jan Doedes meester timmerman voor de doodkist betaeld volgens quitantie No. 1 f 25-00-00  
Doctor Arkenbout voor visites f 3-00-00  
Jan Jansen graffmaker betaeld seven Caroliguldens tien stuivers ende voor 't gebruijck van de Sternse Baer [= Sternsee baar] een gulden tien stuivers, soo te samen f 9-00-00 luit quitantie No. 2 
[Opmerking: De Sternsee baar had twee houten borden met het familiewapen Von Sternsee en het jaartal 1615; het sterfjaar van Carel Christoffels von Sternsee (geb 1551-overl 1615), zoon van de Harlinger drost en olderman Christoffel von Sternsee (geb circa 1525-overl Harlingen 1560) en Cunira Worps Ropta. De twee houten borden in coll. Gemeentemuseum het Hannemahuis, invnr 508. In 1782 werd de Sternsee baar nog gebruikt in Harlingen, blijkens een ?Reglement op de gebuurten en buurediensten omtrent het behandelen der lyken te Harlingen?, gedrukt door Volkert van der Plaats te Harlingen. In Artikel 9 is sprake van ?de Sternzee baar?. Gemeentearchief Harlingen, collectie Bibliotheek Stadsbestuur Harlingen, invnr BSH 203.] 
Wilthetus Jelgersma voor medicinen, meldens specificatie ende quitantie met No. 3 quoteert f 31-02-00  
Reiner Huijberts voor brood waren bij de wakers genuttigt per quitantie No. 4 f 3-05-00  
Aen arbeiders in 't sterfhuis gebruijkt betaeld volgens aenteeckeninge f 10-10-00  
---------- 
f 81-17-00  
 
[0339v] Aen Hans Hendrix betaeld voor doodlakens huier ses caroliguldens f 6-00-00 blijckt quitantie No. 5  
De Stads Boden betaelt voor hen diensten ses guldens ses stuivers f 6-06-00 te sien bij quitantie No. 6  
Aen de curatoren van Jarich slachters weeskinderen betaelt voor vleis vijf caroliguldens drie stuivers meldens quitantie No. 7 f 5-03-00  
Jacob Beerns voor 't bidden ter begraffenisse per quitantie No. 8 ses caroliguldens ses stuivers f 6-06-00  
Aen de wakers betaeld f 9-09-00  
Pytter Jacobs d' Roda [= Roorda] betaeld voor een half tonne Hollans bier volgens quitantie No. 9 f 4-00-00  
Ime Heres voor huier van tinnen f 1-13-00  
---------- 
f 38-19-00  
 
[0340r] Sicke Lubberts betaeld voor een half aem wijn luit quitantie No. 10 f 20-00-00  
Sytske Bentes voor drie mingelen brandewijn blijckt quitantie No. 11 f 2-08-00  
Doecke Scheltes voor camer huier ende geleverde wijn en bier over 't defroieren [= ontdooien] van de bevelhebberen die de overledene hebben opgedragen meldens specificatie ende quitantie No. 12 f 26-09-08  
Isbrand Joosten Heins voor een ancker wijn luit quitantie No. 13 f 13-00-00  
Aen Foppe Foppes als rentmeester van 't Weeshuis betaeld tot een legaet volgens quitantie No. 14  
f 100-00-00  
---------- 
f 161-17-08  
f 38-19-00  
f 81-17-00  
---------- 
f 282-13-08 
 
Aldus gedaen ende geinventariseert 
In kennisse van ons commissaris ende secretaris  
 
[ondertekening ontbreekt]