Harlingen, artikel over oude gevelstenen no. 1

Uit: Nieuwe Harlinger Courant, april 1932

- Gegevens uit bronnen worden zorgvuldig overgenomen, maar lees- en typfouten zijn onvermijdelijk.
- Gegevens die niet in de bron staan maar door mij zijn aangevuld op basis van andere bronnen of andere gegevens uit dezelfde bron, zijn voorzien van een *.
- Gegevens die door mij aangepast of geïnterpreteerd zijn, zijn zoveel mogelijk voorzien van een verduidelijkende toelichting tussen [ ].
- Bij het overnemen van eigennamen is de originele spelling gehandhaafd. Soms is echter te voorzien dat een kennelijke schrijf- of spelfout in de bron een probleem zal geven bij het zoeken naar een eigennaam of bij het maken van een alfabetische index. In zo'n geval is de juiste of meest voorkomende spelling van een eigennaam aangehouden, met toevoeging van een toelichting tussen [ ].
- Bij het overnemen van plaatsnamen, straatnamen en beroepen die in alfabetische indexen terecht komen is voor zover mogelijk de moderne spelling aangehouden, om het zoeken te vereenvoudigen. Mogelijk staat in een bron bijvoorbeeld Doccum, terwijl op deze website Dokkum staat. Zo wordt een glaesemaecker een glasmaker of glazenmaker. Die spelling is voor het doel van deze website (het ontsluiten van bronnen, niet het transcriberen van bronnen) niet belangrijk.


Het was een goede gedachte van H.S.N. [Handel, Scheepvaart en Nijverheid] en onze vroede vaderen om het initiatief te nemen tot het instellen van een Stedelijk Museum. Juist iets om b.v. bij het 700-jarige bestaan onzer goede veste te openen in een of ander gemeentegebouw. Reeds groeit de verzameling aan en als het voornemen eenmaal is verwezenlijkt, dan zullen de inzendingen wel volgen. 't Goede voorbeeld door velen reeds gegeven, zal wel navolging vinden. Er zal echter al reeds véél verloren zijn gegaan en als zij die daarover hebben te zeggen niet oppassen, kan nog menige historische gedenksteen zoek raken bij verbouwing of herstelling. Uit menig gevesteen of z.g. huismerk is immers af te leiden niet alléén het jaar van de bouw, doch óó menigmaal de vroegere bestemming van een huis. Zonder nu jaartallen of vermoedelijke bestemming van een huis te groepeeren, vraag ik uw verlof om met u eene wandeling door Harlingen te maken en bij 't passeren van straten te wijzen op de vele, uit vroegere eeuwen overgeblevene gevelsteenen, waarmede talrijke woningen in onze oude stad zijn versierd. (voor de gevels zelf en de architectuur der gebouwen kunnen belangstellenden raadplegen: "de Voorlopige Lijst der Nederlandsche monumenten van Geschiedenis en Kunst, der Rijkscommissie voor Monumentenzorg".)

Van de havenkant af, treffen we op 't Havenplein No. 3 in een huis dat sinds mensenheugenis een Herberg is geweest, een gevelsteen aan met "1644", waarboven een tandrad [moet zijn: kompasroos], geflankeerd door twee zandloopers (de tand des tijds?). Deze steen is zóó maar overgeverfd; niemand bekommert er zich meer om. Daartegenover in de woning no. 14 bevindt zich een gevelsteen waarop een heel mooi fregat is uitgebeiteld. De eigenaar heeft dit scheepje i.d.t. in kleuren laten verven, wat een heel aardig effect maakt bij den mooi bewerkten geveltop. Het geheel is prachtig afgewerkt. Op de Grote Breedeplaats no. 4 bevindt zich een mooien bewerkten topgevel met gekroond wapenschild in een steen. 't Schild is geschonden, jaartal ontbreekt. Wij passeeren de vroeger zich daar bevindende Rinnertspijp, in welker nabijheid, in de steeg, eenige oude woningen werden afgebroken. (Deze waren vroeger netjes gewitkalkt, waardoor die steeg de bij-naam van "White chapel" kreeg). Daarmee is wellicht een oud stuk verloren geraakt omdat daar zich vroeger onder de kalklaag een ouden gevelsteen bevond met inscriptie. Vrij zeker is deze weg - evenals op 't Kerkpad een paar gevelsteenen van 1600 bij het bouwen van eene nieuwe woning zijn verdwenen. En in 't oude antieke Wijnhuis hoek Breedeplaats - Vischmarkt met zijn antieken gevel, genaamd "In de blaue hant", treffen we twee gevelsteenen aan met Anno-1667 [moet zijn: 1647, SE]. Aan de Voorstraat no. 11 mooie antieke geveltop, aan weerszijden twee Leeuwenkoppen waartusschen twee Gevelsteenen met Anno-1668 [moet zijn: 1659, SE], en op no. 40 geconserveerde oude gevel met gevelsteen "1683" en in no. 95 twee gevelsteenen met Anno-1656. De z.g. "Zakkedragerspijp", met hare antieke leuningen is ons nog in zoo verre uit de oudheid overgebleven, dat als 't Gemeentebestuur zich niet eens bekommert over de beide siersteenen welke zich daarin bevinden, de tand des tijds wel voor goed alle herkomst zal uitwisschen. Voor zover nog zichtbaar bevindt zich boven de Westelijken boog een Kop met 1773? er onder en boven de Oostelijken boog een Wapenschild, dat misschien het Wapen van Harlingen zal geven te zien - als het vuil er eens is afgeboend. Mag ons Gemeentebestuur zóó zijn blazoen, of van wie dan ook, laten verwaarloozen? Onze 4 wapenleeuwen bij de Sluisbrug, die ons wapen der stad al zoo vele menschengeslachten hebben beschermd, krijgen ter belooning af en toe een nieuwe huid; ze zien er dan weer frisch uit en tegelijkertijd worden die wapens dan in eere hersteld. Wordt "de Pijp" nu vergeten?

In de Sint Jacobstraat no. 8, een gevelsteen met "1631". Opvallend is 't dat zich onmiddellijk achter dit perceel, uitkomende in de Roepersteeg, ook een grooten gevelsteen bevindt met "1631" er op! Naar de historie wil, zou laatstgenoemde groote ruimte in dien tijd zijn gebruikt als Kerkgebouw van de Doopsgezinden (Vermaning). In die werkplaats is dan ook nog een dikke pilaar te zien, welke wel op deze bestemming wijst en naar verluidt, mochten de Dooperschen vroeger hunne bedehuizen niet onmiddellijk aan den openbaren weg hebben. Een en ander wijst hierop wel.

Nu gaan we volgende week verder.

(Wordt vervolgd.)

J. HARNS